Hypotheek, mandaat of onderhands

Er zijn drie manieren om geld te lenen bij een bank voor een woning. Via een hypotheek, via een mandaat of via een onderhandse akte.

Hypotheek

Als lener moet je een hypotheek toestaan op je woning. Daardoor kan de bank je huis in beslag nemen en verkopen als je niet afbetaalt. De notaris moet die hypotheek inschrijven in het register: dat zijn de notariskosten. Hoeveel notariskosten hangt af van hoeveel je leent. Meestal zijn de notariskosten 2-3% van het totale leenbedrag. Dat is het nadeel. Het voordeel is dat je een hypotheek als belastingvoordeel kan gebruiken.

Mandaat

Een deel van je lening kan ook als mandaat gegeven worden. Een mandaat hoeft niet ingeschreven te worden, daar betaal je dus geen notariskosten voor. Het nadeel is dan weer dat je een mandaat niet kan gebruiken voor het belastingvoordeel van de woonbonus.
Vraag de bank om je lening te verdelen tussen hypotheek en mandaat, zodat je met minimale notariskosten een maximaal belastingvoordeel krijgt. Je belastingvoordeel kan je hier uitrekenen.

Onderhandse akte

Een onderhandse akte is de laatste manier waarop een bank je geld leent. Het is de laatste manier, omdat er geen inschrijving of hypotheek is, zodat de bank geen garanties op terugbetaling heeft. Dit krijg je dus alleen maar als je al bewezen hebt dat je betrouwbaar bent en kan terugbetalen, bijvoorbeeld als je al een hypotheek of mandaat hebt lopen.